De tijdmachine is klaar. De kinderen stappen in. De leerkracht drukt op de knop….In welke tijd komen ze terecht?


Korte beschrijving
Via een eigengemaakte tijdmachine komen de kinderen in de Middeleeuwen terecht. Daar nemen ze een identiteit aan van een personage uit de Middeleeuwen. Ze ervaren hoe ze in die tijd eruit zagen, woonden en leefden. Prachtig om te zien hoe de kinderen zich inleven in hun persoon en hoe ze samen komen op de Middeleeuwse jaarmarkt!

Bestemd voor groep:
6, 7, 8

Kerndoelen zijn uitgewerkt voor:
Nederlands / Mondeling taalonderwijs:
De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren. De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren.

Nederlands / Schriftelijk taalonderwijs:
De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten. De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale. De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema’s, tabellen en digitale bronnen. De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.

Nederlands / Taalbeschouwing:
De leerlingen leren bij de doelen onder ‘mondeling taalonderwijs’ en ‘schriftelijk taalonderwijs’ strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.

Orientatie op jezelf en de wereld / Ruimte:
De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing. In ieder geval wordt daarbij aandacht besteed aan twee lidstaten van de Europese Unie en twee landen die in 2004 lid worden/ werden, de Verenigde Staten en een land in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.

Orientatie op jezelf en de wereld / Tijd:
De leerlingen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren. De leerlingen leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en stoommachines; wereldoorlogen; televisie en computer.
Rekenen/wiskunde / Meten en meetkunde De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur

Pedagogische thema’s:

Inleven in een ander. interesse in (oude) beroepen. verbinding maken met geschiedenis.

Je ontvangt een digitaal boekje met:

Inleiding in verhalend ontwerpen
Verantwoording: een uitwerking van kerndoelen, nevendoelen, pedagogische thema’s, methoden, ervaringsgebieden en mogelijke aanpassingen van het scenario.
Een schets van de verhaallijn
Het ontwerp in beeld gebracht
Het scenario
Onderwijsverhalen over de uitvoering van het scenario
Praktische tips

En je ontvangt het scenario voor het verhalend ontwerp als Word document,

zodat het makkelijk aan te passen is.

Plus een extra document over personages